Onopzettelijke doodslag
Nabestaanden verkeersongeval.
Als u een gezinslid verliest door een verkeersongeval, is dit voor uw gezin een drama, waarvan de verwerking heel veel tijd zal vragen. Ondertussen heeft u wellicht ook een aantal vragen over de juridische of financiële gevolgen. Het opmaken van een correcte schade-eis voor de nabestaanden is bovendien specialistenwerk. Contacteer vrijblijvend Yprius advocaten (057 400 992 – curd.vanacker@yprius.be) om te horen hoe wij u kunnen bijstaan.
Dodelijk ongeval.
Als een bestuurder onopzettelijk een verkeersongeval met dodelijke gevolgen (onopzettelijke doodslag) veroorzaakt, dan kan deze bestuurder worden vervolgd op grond van onopzettelijke doding (art. 418-419 Strafwetboek).
De onopzettelijke doding wordt veroorzaakt door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. De rechtspraak interpreteert een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg echter zeer ruim. Er wordt algemeen aangenomen dat de minste verkeersovertreding voldoende is om te kunnen spreken over onopzettelijke doding.
De wet vereist niet dat de bestuurder zelf betrokken is bij het dodelijk verkeersongeval. Het is namelijk voldoende dat het dodelijk verkeersongeval door zijn fout werd veroorzaakt. Bijvoorbeeld bestuurder A voert onaangekondigd een manoeuvre uit waardoor bestuurder B moet uitwijken en daarbij een fietser doodt; bestuurder A zal aansprakelijk zijn op basis van art. 418-419 Strafwetboek.
Bestraffing
Art. 419 Strafwetboek luidt:
“Hij die onopzettelijk iemands dood veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van 50 euro tot 1.000 euro.
Wanneer de doding het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2.000 euro.”
De veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval riskeert dus een gevangenisstraf van 3 maanden tot 5 jaar en een geldboete tussen 50 en 2.000 euro. De geldboete moet worden verhoogd met de opdeciemen.
Daarnaast kan de rechter een verval van het recht tot sturen opleggen (van ten minste 8 dagen).
De rechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden.
Met de komst van het nieuwe strafwetboek voor inbreuken vanaf 1 september 2026, werden twee gloednieuwe wetsbepalingen m.b.t. onopzettelijke doodslag in het verkeer geïntroduceerd.
Art. 107 Strafwetboek luidt:
“Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van niveau 3.”
De veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval riskeert een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar.
Daarnaast kan de politierechtbank ook een geldboete en een rijverbod opleggen.
De rechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden en een lagere straf opleggen.
Daarnaast geldt er een strafverzwaring ingeval het dodelijk verkeersongeval gepaard gaat met de schending van een aantal zeer ernstige verkeersinbreuken (art. 107/1 Strafwetboek):
“Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van niveau 4 indien:
1° de bestuurder een overtreding van de vierde graad begaat zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer;
2° de bestuurder door het rode licht rijdt;
3° de bestuurder rijdt terwijl hij een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthoudt of manipuleert, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigd is;
4° de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur of de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf overschrijdt;
5° de bestuurder geen houder is van het bij wet of verordening vereiste rijbewijs of zijn rijbewijs werd ingetrokken, ongeldig verklaard, geschorst of ingehouden;
6° de bestuurder rijdt in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat als gevolg van substanties die de alertheid achter het stuur verminderen;
7° de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot en de bestuurder een motorvoertuig bestuurt dat niet uitgerust is met een alcoholslot.
De in de bepaling onder 5° bedoelde omstandigheid is niet van toepassing op de bestuurder die houder is van een rijbewijs waarvan de administratieve geldigheidsduur minder dan een jaar is verstreken.
In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, bedraagt de geldboete ten hoogste zestienduizend euro.”
Ingeval het dodelijk verkeersongeval wordt gecombineerd met een van de bovenvermelde ernstige inbreuken, riskeert de overtreder een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar.
Daarnaast kan er een geldboete van maximaal € 16.000,00 worden opgelegd (vermeerderd met de opdeciemen) en een rijverbod.
Combinatie met andere misdrijven
Vaak wordt de bestuurder die een dodelijk verkeersongeval heeft veroorzaakt niet alleen vervolgd op grond van art. 107 Sw., maar ook voor andere verkeersovertredingen. Bij een combinatie met een aantal specifieke verkeersmisdrijven, wordt een strafverzwaring voorzien voor inbreuken vanaf 1 september 2026.
Wanneer er sprake is van een dodelijk verkeersongeval in combinatie met een overtreding van de vierde graad, een snelheidsovertreding, een zware alcoholintoxicatie, dronkenschap achter het stuur of sturen onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden (drugs), dan is de rechter verplicht om een een verval van het recht tot sturen van ten minste 3 maanden uit te spreken en het herstel van dit verval afhankelijk te maken van het slagen voor de 4 examens en onderzoeken (art. 38, §2 Wegverkeerswet).
Indien de veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval in het verleden werd veroordeeld wegens een zware alcoholintoxicatie, dronkenschap achter het stuur of rijden onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden (drugs) en nu opnieuw wordt veroordeeld wegens een zware alcoholintoxicatie, dronkenschap achter het stuur of rijden onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden bij een dodelijk ongeval, dan bedraagt het verplichte verval minstens 1 jaar en wordt het herstel van het verval opnieuw afhankelijk gemaakt van de 4 examens en onderzoeken (art. 38, §2 Wegverkeerswet).
Laatst bijgewerkt door advocaat verkeersrecht Curd Vanacker in september 2026