Opdeciemen
Opdeciemen zijn een vermenigvuldigingsfactor die wordt toegepast op strafrechtelijke geldboetes in België.
Ze zorgen ervoor dat boetes hun afschrikkende werking behouden en automatisch worden aangepast aan inflatie.
Sinds 1 februari 2026 bedraagt de factor 10, waardoor geldboetes in de praktijk 25% hoger zijn dan voordien.
Wat zijn opdeciemen?
De geldboeten die in de wet staan moeten in de meeste gevallen worden verhoogd met de opdeciemen.
Als je door de politierechtbank of de correctionele rechtbank wordt veroordeeld tot een geldboete, moet je dit bedrag dan ook vermenigvuldigen met deze opdeciemen.
Deze opdeciemen (of opdeciemes) zijn een factor die momenteel 10 bedraagt.
Een geldboete moet dus met tien worden vermenigvuldigd.
Als je dus wordt veroordeeld tot een geldboete van 50 euro, moet je 50 euro x 8= 400 euro boete betalen.
In een vonnis zal dit meestal zo worden geformuleerd:
“veroordeelt de beklaagde tot een geldboete van 2000,00 EUR, zijnde 100,00 EUR verhoogd met 90 opdeciemen, bij gebreke aan betaling binnen de wettelijke vervangen door (een rijverbod of gevangenisstraf)”
Wat is het nut van opdeciemen?
De opdeciemen zijn ingevoerd bij de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten.
Door de opdeciemen te verhogen kunnen in één beweging alle geldboeten worden verhoogd. Achterliggend is het de bedoeling om de boeten aan te passen om te vermijden dat de inflatie het afschrikkend effect van geldboeten zou tenietdoen.
Er zit evenwel geen regelmaat in de aanpassing van de opdeciemen.
Bij de laatste aanpassing werden de opdeciemen verhoogd van 8 naar 10 en dit vanaf 1 februari 2026.
Vanaf wanneer gaat een verhoging van de opdeciemen in?
Als de opdeciemen worden verhoogd zal de strafrechter de opdeciemen toepassen van het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en dus niet de hogere opdeciemen die van kracht zijn op het ogenblik van de uitspraak.
Dit is een gevolg van het verbod van terugwerkende of retroactieve kracht van de strafwet. De strengere strafwet mag niet terugwerken.
Als een strafwet milder wordt, zal deze wel terugwerken, maar opdeciemen zullen uiteraard nooit verminderen.
Verhoging van opdeciemen en strafrechtelijke geldboetes vanaf 1 februari 2026
Voor inbreuken vanaf 1 februari 2026 worden strafrechtelijke geldboetes in de praktijk dus 25 % hoger.
Je merkt dit vooral als je voor de politierechtbank of een andere strafrechter moet verschijnen en de rechter een geldboete oplegt.
Tot en met 31 januari 2026 wordt gewerkt met 70 opdeciemen, dus maal 8.
Vanaf 1 februari 2026 wordt dat 90 opdeciemen, hetgeen neerkomt op factor 10.
Opdeciemen in het nieuwe strafwetboek (voor feiten vanaf 1 september 2026)
Sinds 01.09.2026 is het nieuwe strafwetboek van toepassing.
Met de komst van dit nieuwe strafwetboek heeft de wetgever de geldboeten geactualiseerd.
Een misdrijf dat voordien werd bestraft met een goedboete van 10,00 euro tot 250,00 euro verhoogd met de opdeciemen wordt vanaf 01.09.2026 bestraft met een geldboete van 80,00 tot 2.000,00 euro, zonder verhoging met opdeciemen.
Dit om te vermijden dat de rechter gebruik zou moeten maken van opdeciemen.
Het nieuwe strafwetboek werd gepubliceerd in april 2024. Sinds 01.02.2026 werden de opdeciemen evenwel verhoogd van 8 naar 10.
Dit betekent dat de geldboeten voor feiten vanaf 01.02.2026 eveneens worden verhoogd met 25%, ook al wordt het nieuwe strafwetboek toegepast.
Voor feiten vanaf 01.02.2026 moeten geldboeten uit het nieuwe strafwetboek dus worden verhoogd met 1,25.
Toepassing van opdeciemen op boetes en slachtofferfonds (vóór en na 1 februari 2026)
De minimumgeldboete voor rijden onder invloed van drugs bedraagt voor een inbreuk op 31.01.2026 dus 1.600,00 euro en voor dezelfde inbreuk vanaf 01.02.2026 wordt dit 2.000,00 euro
Voor alle duidelijkheid: de datum van het feit telt en niet de datum waarop de zaak voor de politierechtbank of de correctionele rechtbank komt.
Ook voor de bijdrage voor het slachtofferfonds wordt gewerkt met opdeciemen en deze verhoging gaat wél onmiddellijk in.
Zelfs voor feiten van vóór 01.02.2026 bedraagt de bijdrage voor het slachtofferfonds dus 250,00 euro.
Verplicht (de beklaagde) tot het betalen van een bijdrage van 1 maal de som van 200,00 EUR
verhoogd met 2.50 opdeciemen en gebracht op 1 maal 250,00 EUR ter financiering van het Fonds
tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Laatst bijgewerkt door advocaat verkeersrecht Curd Vanacker in september 2026.