Nieuw Strafwetboek en de politierechtbank: wat verandert er voor verkeerszaken?

Nieuw Strafwetboek en de politierechtbank: wat verandert er voor verkeerszaken?

Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Belgische Strafwetboek van kracht. Dit heeft ook een rechtstreekse invloed op verkeerszaken voor de politierechtbank.

Alhoewel snelheidsovertredingen, alcohol achter het stuur, drugs in het verkeer, vluchtmisdrijf of rijden zonder rijbewijs, hoofdzakelijk worden bestraft op grond van de Wegverkeerswet, heeft het nieuwe Strafwetboek ook een belangrijke invloed op verkeerszaken.

De reden is eenvoudig: de Wegverkeerswet bepaalt dan wel welke straffen er moeten worden opgelegd, voor tal van andere algemene regels over verzachtende omstandigheden, samenloop en strafmodaliteiten moet worden gekeken naar Boek I van het Strafwetboek. Om de twee regelgevingen op elkaar af te stemmen, heeft de wetgever de Wegverkeerswet dan ook eveneens aangepast.

Sinds 1 september 2026 worden talrijke verkeersmisdrijven dan ook niet meer bestraft met de klassieke formulering van een gevangenisstraf en/of een geldboete, maar met een straf van verschillende niveaus.

Bestuurders die vandaag voor de politierechtbank verschijnen, moeten daarom niet alleen kijken naar de tenlastelegging, maar moeten ook nagaan wanneer de feiten werden gepleegd, welk strafniveau er van toepassing is en welke bepalingen uit het oude of het nieuwe strafrecht gunstiger zijn.

Advocaat Curd Vanacker legt hieronder uit wat er concreet verandert.

Van gevangenisstraffen en geldboetes naar strafniveaus

Een van de meest zichtbare wijzigingen van het nieuwe Strafwetboek is de invoering van acht strafniveaus.

Het oude onderscheid tussen overtredingen, wanbedrijven en misdaden verdwijnt ten voordele van één systeem waarbij de ernst van het misdrijf wordt uitgedrukt in een niveau.

Voor de dagelijkse praktijk van de politierechtbank zijn vooral de eerste vier niveaus relevant:

Strafniveau Belangrijkste hoofdstraf(fen) voor natuurlijke personen
Niveau 1 Geen gevangenisstraf.
Geldboete van 200,00 tot 20.000,00 euro.
Werkstraf van 20 tot 120 uur.
Probatiestraf van 6 tot 12 maanden.
Schuldigverklaring.
Niveau 2 Gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar.
Elektronisch toezicht.
Werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur.
Probatiestraf of schuldigverklaring.
Behoudens toepassing verzachtende omstandigheden.
Niveau 3 Gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar.
Behoudens toepassing van verzachtende omstandigheden.
Niveau 4 Gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar.
Behoudens toepassing van verzachtende omstandigheden.

Het belangrijkste uitgangspunt is dat de gevangenisstraf dient als laatste redmiddel. Elektronisch toezicht, werkstraffen en probatiestraffen worden vanaf nu volwaardige straffen.

Na wijziging van de Wegverkeerswet werden heel wat verkeersinbreuken ondergebracht in niveau 1.

Alhoewel het nieuw Strafwetboek binnen niveau 1 een geldboete van € 200,00 tot € 20.000,00 voorziet, geldt dit niet voor elke verkeersovertreding. De gewijzigde Wegverkeerswet bevat namelijk eigen, afwijkende boetebedragen bv. een geldboete van € 160,00 tot € 2.000,00 (verhoogd met de opdeciemen).

Bovendien werd de toepassing van sommige bepalingen van het nieuwe Strafwetboek uitdrukkelijk uitgesloten voor de Wegverkeerswet.

Tijdens de hervormingen werd namelijk niet alleen het Strafwetboek aangepast, ook de Wegverkeerswet werd gewijzigd. Een groot deel van deze bepalingen is net zoals het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking getreden.

Het strafniveau bepaalt dus welke soorten straffen mogelijk zijn, maar de Wegverkeerswet bevat de concrete geldboete.

Daarnaast voorziet art. 27bis Wegverkeerswet ook in een bijzondere regeling bij samenloop van verkeersmisdrijven.

Er is dus een belangrijk onderscheid tussen het nieuw Strafwetboek en de nieuwe Wegverkeerswet.

Impact nieuw strafrecht op enkele klassieke verkeersmisdrijven

1. Actualisering van de geldboetes

Het nieuwe strafrecht heeft slechts een kleine impact op de meeste klassieke verkeersmisdrijven.

Zo zullen snelheidsovertredingen, alcoholintoxicatie, dronkenschap achter het stuur, drugs in het verkeer, etc. onder het nieuwe strafrecht doorgaans nog steeds op dezelfde manier worden bestraft als onder het oude.

Voor de meeste verkeersmisdrijven geldt een straf van niveau 1. Er is immers geen gevangenisstraf op deze misdrijven van toepassing.

De geldboeten werden wel geactualiseerd en aangepast aan de opdeciemen.

Zo riskeert de bestuurder die op 15.08.2026 wordt betrapt onder invloed van een zware alcoholintoxicatie de volgende geldboete:

“Veroordeelt X tot een geldboete van 2000,00 EUR, zijnde 200,00 EUR verhoogd met 90 opdeciemen”

De bestuurder die in dezelfde omstandigheden op 15.09.2026 onder dezelfde omstandigheden wordt betrapt, riskeert dan weer de volgende geldboete:

“Veroordeelt X tot een geldboete van 2000,00 EUR, zijnde 1600,00 EUR verhoogd met 1,25 opdeciemen”

Aangezien de opdeciemen voor feiten vanaf 01.02.2026 werden verhoogd van 8 naar 10, moeten de geldboeten in de aangepaste Wegverkeerswet ook worden vermenigvuldigd met 1,25.

Bij herhaling kan het strafniveau stijgen. Dat betekent dat het onderscheid tussen een eerste veroordeling en wettelijke herhaling nog belangrijker wordt. Het strafregister en de precieze datum waarop een eerdere veroordeling definitief werd, moeten daarom steeds zorgvuldig worden gecontroleerd.

2. Strengere straffen voor rijden zonder rijbewijs of spijts verval

Voor het rijden zonder rijbewijs, rijden spijts verval, rijden tijdens een periode van onmiddellijke intrekking of rijden met een voertuig dat niet is uitgerust met een alcoholslot, werd in het verleden een beperkte gevangenisstraf voorzien van doorgaans enkele dagen tot twee jaar.

Met de komst van het nieuwe Strafwetboek werden deze straffen aangepast naar een straf van niveau 2.

Niveau 2 voorziet een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar.

De maximale gevangenisstraf wordt dus verhoogd.

3. Vluchtmisdrijf: de ernst van het ongeval bepaalt mee het strafniveau

De bestraffing van vluchtmisdrijf is afhankelijk van de ernst van het ongeval. Artikel 33 Wegverkeerswet maakt sinds 1 september 2026 gebruik van verschillende strafniveaus.

Bij een vluchtmisdrijf zonder lichamelijke gevolgen gaat het in beginsel om niveau 1 (geen gevangenisstraf). Wanneer er evenwel sprake is van een lichamelijke integriteitsaantasting (gewonden), kan er een straf van niveau 2 worden opgelegd (gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar), gecombineerd met een aanzienlijk rijverbod.

Bij een verkeersongeval met doden of herhaling kan zelfs een straf van niveau 3 worden opgelegd (gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar), opnieuw gecombineerd met een aanzienlijk rijverbod.

Er moet dus worden gekeken naar de omstandigheden van het ongeval, eventuele slachtoffers, de ernst van de letsels, eerdere veroordelingen en mogelijke bijkomende verkeersinbreuken om de concrete straf te kunnen bepalen.

4. ‘Onopzettelijke slagen en verwondingen’ wordt integriteitsaantasting in het verkeer

Bij een verkeersongeval met gewonden werd er vroeger toepassing gemaakt van het misdrijf ‘onopzettelijke slagen en verwondingen’.

Het nieuw Strafwetboek voert evenwel het nieuwe misdrijf ‘integriteitsaantasting in het verkeer’ in wat het oude misdrijf ‘slagen en verwondingen’ vervangt.

Het nieuwe artikel 218 Sw. bepaalt:

“Het op eender welke wijze veroorzaken van een integriteitsaantasting van de eerste, tweede of derde graad bij een ander persoon door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van niveau 2.”

Opvallend is dat een integriteitsaantasting in het verkeer strenger wordt bestraft dan een integriteitsaantasting buiten het verkeer. De wetgever beschouwt de bijzondere risico’s verbonden aan deelname aan het verkeer dus duidelijk als een reden voor strengere bestraffing.

De nieuwe wet maakt bovendien onderscheid tussen integriteitsaantasting van de eerste, tweede en derde graad, afhankelijk van de ernst en duur van het lichamelijk letsel of de gezondheidsschade. Voor ongevallen met gewonden zal de medische informatie daardoor nog belangrijker worden. De aard van het letsel kan rechtstreeks relevant zijn voor de juridische kwalificatie van het dossier.

5. Dodelijke verkeersongevallen: ‘doding in het verkeer’

Nog ingrijpender is de hervorming bij een dodelijk verkeersongeval. Het nieuwe Strafwetboek gebruikt voortaan de term ‘doding in het verkeer’.

Artikel 107 Strafwetboek bepaalt dat het doden van een persoon door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van niveau 3 (gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar).

Daarnaast bestaat sinds de hervorming ook het nieuwe misdrijf ‘verzwaarde doding in het verkeer’ (art. 170/1 Sw.). Als er sprake is een dodelijk ongeval ten gevolge van een zware verkeersinbreuk bv. overdreven snelheid, gsm-gebruik achter het stuur, dronkenschap, rijden door een rood licht of rijden zonder rijbewijs, stijgt de bestraffing naar niveau 4 (gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar).

Er is dus een aanzienlijk verschil in strafniveau. Een dodelijk verkeersongeval moet daarom vanaf het eerste moment uiterst zorgvuldig worden behandeld. De precieze verkeersinbreuk die aan het ongeval voorafging, kan voortaan rechtstreeks bepalend zijn voor het toepasselijke strafniveau.

Andere wijzigingen binnen het wegverkeerrecht

  • Houders van een voorlopig rijbewijs worden voortaan gelijkgesteld met jonge bestuurders. Dit betekent dat de strafverzwaring voor jonge bestuurders eveneens van toepassing wordt op houders van een voorlopig rijbewijs.
  • De stof ketamine werd toegevoegd aan de lijst met verboden stoffen/ verdovende middelen in het verkeer. Voortaan kunnen bestuurders onder invloed van ketamine ook worden vervolgd.
  • De periode waarin de politie het proces-verbaal met vaststellingen aan de overtreder moet bezorgen wordt verlengd van 14 naar 30 dagen.
  • De verjaringstermijn bedraagt voortaan drie jaar voor alle verkeersinbreuken.

Meerdere verkeersinbreuken? Samenloop wordt bijzonder belangrijk

Verkeersdossiers bevatten vaak meerdere tenlasteleggingen. Een bestuurder kan bijvoorbeeld tegelijkertijd vervolgd worden wegens snelheid, alcohol, het negeren van een verkeerslicht en het veroorzaken van een ongeval.

In het algemene strafrecht bestaan regels die bepalen hoe misdrijven die samen worden berecht, moeten worden bestraft. De Wegverkeerswet kiest sinds 1 september 2026 echter uitdrukkelijk voor een bijzonder, afwijkend regime.

Het nieuwe artikel 27bis bepaalt dat artikel 62 van het Strafwetboek niet zonder meer van toepassing is op de samenloop van verschillende verkeersinbreuken. De verkeersinbreuken worden in beginsel afzonderlijk beoordeeld en bestraft, behoudens situaties van samenhang of onsplitsbaarheid.

Dat kan zeer concrete gevolgen hebben. Wie verschillende feiten ten laste wordt gelegd, mag dus niet automatisch veronderstellen dat uiteindelijk alleen de straf voor de zwaarste inbreuk overblijft.

Zo kan er voor tenlasteleggingen A, B en D één straf worden opgelegd voor de drie tenlasteleggingen samen, terwijl voor tenlastelegging C nog een andere straf wordt opgelegd. Het is daarom van belang om bij de voorbereiding van de verdediging de mogelijke samenloop tussen verschillende verkeersmisdrijven te analyseren.

Het rijverbod als bijkomende straf

De invoering van de strafniveaus verandert niets aan het grote praktische belang van het verval van het recht tot sturen.

Voor talrijke verkeersinbreuken kan een rijverbod worden uitgesproken. Voor een aantal ernstige inbreuken is een rijverbod zelfs verplicht, behoudens de uitzonderingen die de wet zelf voorziet.

Daarbij blijft ook artikel 41 Wegverkeerswet belangrijk. Wanneer de rechter een rijverbod oplegt en tegelijk gebruikmaakt van de mogelijkheid tot uitstel, moet minstens acht dagen van dat rijverbod effectief blijven. Een volledig voorwaardelijk rijverbod is dus niet mogelijk.

Daarnaast kunnen de vier proeven (theoretisch examen, praktisch examen, medisch onderzoek en psychologisch onderzoek) nog altijd worden opgelegd.

Er mag dus niet enkel naar het strafniveau en de geldboete worden gekeken. Voor vele bestuurders die voor de politierechtbank verschijnen, is het financiële gedeelte van de straf niet noodzakelijk het belangrijkste probleem. Het risico op een rijverbod – zeker voor iemand die zijn wagen beroepsmatig nodig heeft – kan veel ingrijpender zijn.

Een gespecialiseerde verdediging zal daarom niet alleen kijken naar de geldboete, maar bijvoorbeeld ook naar de gemeten snelheid, het alcoholgehalte, de soort drugs, de meetprocedure, eventuele technische betwistingen, het strafverleden, de professionele noodzaak van het rijbewijs, de mogelijkheid om een verval te beperken tot bepaalde dagen en de vraag of herstelonderzoeken kunnen of moeten worden opgelegd.

Een gespecialiseerde verdediging zal daarom niet alleen kijken naar de geldboete, maar zal ook trachten het rijverbod en de opgelegde proeven te beperken door eveneens te kijken naar de gemeten snelheid, het alcoholgehalte, de soort drugs, de meetprocedure, eventuele technische betwistingen, het strafverleden, de professionele noodzaak van het rijbewijs, ….

Meer mogelijkheden voor een straf op maat

Het nieuwe Strafwetboek biedt meer ruimte voor een op maat gemaakte straf. Dat is voor de verdediging voor de politierechtbank belangrijk.

Hoewel het nieuwe Strafwetboek op het eerste gezicht strenger lijkt, biedt het evenzeer meer ruimte voor een op maat gemaakte straf. Dat is uiteraard van belang voor de verdediging voor de politierechtbank.

De rechter beschikt binnen de verschillende strafniveaus over meerdere mogelijke sancties. Bovendien blijft het mogelijk om, wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, verzachtende omstandigheden, opschorting of uitstel te vragen. Bij aanname van verzachtende omstandigheden kan een straf van één of meerdere niveaus lager worden opgelegd.

Artikel 52 van het nieuwe Strafwetboek bepaalt daarnaast uitdrukkelijk dat de rechter bij het vaststellen van een geldboete rekening houdt met de informatie die de beklaagde aanbrengt over zijn financiële draagkracht en sociale toestand.

Het nieuwe Strafwetboek bevestigt dus dat een goede verdediging niet alleen bestaat uit juridische argumenten over schuld of onschuld.

Ook wanneer de feiten niet ernstig betwist kunnen worden, kan de voorbereiding van het dossier een groot verschil maken voor de uiteindelijke sanctie. Professionele omstandigheden, gezinssituatie, afhankelijkheid van het rijbewijs, eerdere veroordelingen, genomen maatregelen na de feiten en persoonlijke omstandigheden kunnen allemaal relevant zijn.

Feiten van vóór 1 september 2026: oud of nieuw Strafwetboek?

Voor de komende maanden en zelfs jaren zal wellicht één van de moeilijkste vragen zijn: welke wet moet worden toegepast op feiten die plaatsvonden vóór 1 september 2026, maar pas daarna door de politierechtbank worden behandeld?

De komende maanden en zelfs jaren zal één van de moeilijkste vragen wellicht de volgende zijn: welke wet moet worden toegepast op feiten die plaatsvonden vóór 1 september 2026, maar pas daarna door de politierechtbank worden behandeld?

Artikel 2 van het nieuwe Strafwetboek bevestigt het klassieke beginsel dat een persoon niet zwaarder mag worden bestraft door een nieuwe strafwet. Dit artikel bevat tegelijkertijd ook de omgekeerde regel: wanneer de strafwet na de feiten wijzigt, moeten de voor de beklaagde meest gunstige bepalingen worden toegepast.

In verkeerszaken met feiten van vóór 1 september 2026 moeten de twee regimes dus altijd met elkaar worden vergeleken en moet altijd de meest gunstige wet worden toegepast.

Waarom een advocaat gespecialiseerd in verkeersrecht belangrijker wordt

Het nieuwe Strafwetboek maakt verkeersrecht niet eenvoudiger. Integendeel: gedurende een aanzienlijke overgangsperiode moet in vele dossiers rekening worden gehouden met de oude Wegverkeerswet, de gewijzigde Wegverkeerswet, het oude Strafwetboek, het nieuwe Strafwetboek en de regels inzake toepassing van de mildste strafwet.

Daar bovenop komen de klassieke verkeersrechtelijke vraagstukken: de geldigheid van vaststellingen en metingen, alcohol- en drugsprocedures, rijbewijscategorieën, herhaling, samenloop, de specifieke voorwaarden voor een rijverbod, herstelonderzoeken, alcoholslot, verzekeringsaspecten en de gevolgen van verkeersongevallen.

Een gespecialiseerde advocaat moet daarom niet alleen weten welke straf op papier staat, maar vooral hoe al deze regels in een concreet dossier op elkaar inwerken.

Yprius advocaten: jarenlange ervaring voor de politierechtbank

Mr. Curd Vanacker legt zich in zijn dagelijkse praktijk in belangrijke mate toe op verkeersrecht en procedures voor de politierechtbank.

Yprius advocaten behandelt voortdurend dossiers over onder meer snelheidsovertredingen, alcohol en drugs in het verkeer, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs, rijden tijdens een rijverbod, verkeersongevallen en andere verkeersinbreuken.

Advocaat Curd Vanacker is sinds 1999 lid van de balie en beschikt over jarenlange ervaring in verkeersrecht en strafprocedures. Vanuit kantoren in onder meer Ieper en Kortrijk, worden cliënten bijgestaan voor politierechtbanken in heel Vlaanderen.

Wie een dagvaarding ontvangt, hoeft bovendien niet te wachten tot vlak voor de zitting. Een vroege analyse maakt het mogelijk om het strafdossier te controleren, na te gaan welke wetgeving precies van toepassing is, eventuele betwistingen voor te bereiden en de stukken te verzamelen die voor de strafmaat of een mogelijk rijverbod relevant kunnen zijn.

Dagvaarding voor de politierechtbank ontvangen?

Heeft u een dagvaarding voor de politierechtbank ontvangen? Wordt u vervolgd voor snelheid, alcohol, drugs, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs of een verkeersongeval? Of dateren de feiten van vóór 1 september 2026 en wilt u weten welk Strafwetboek op uw zaak van toepassing is?

Neem dan tijdig contact op met advocaat Curd Vanacker van Yprius advocaten.

Wij bekijken de dagvaarding en het dossier, onderzoeken welke oude en nieuwe wettelijke bepalingen van toepassing zijn en bespreken met u welke verdediging in uw concrete situatie aangewezen is.
In veel gevallen komt ook een rechtsbijstandsverzekering tussen in de kosten van een advocaat voor de politierechtbank.

Laatst bijgewerkt door Curd Vanacker, specialist verkeersrecht in september 2026